Richtlijnen Binnenvaart
Bron:
Inleiding
Deze nota heeft enkel een informatieve waarde in
aanvulling op het koninklijk besluit van 19 maart 2009 betreffende de technische
voorschriften voor binnenschepen. Uit deze nota kunnen geen aanspraken
worden gehaald die niet in overeenstemming zijn met het vermelde koninklijk
besluit.
Vanaf 30 december 2008 komen op basis van een Europese
richtlijn nieuwe technische voorschriften voor de binnenvaartuigen in voege.
Deze voorschriften komen overeen met de huidige regels voor de Rijnscheepvaart.
Nieuw ten opzichte van de vorige technische voorschriften is dat ze nu ook van
toepassing worden op passagiersschepen, drijvende werktuigen en alle vaartuigen
>= 20 m. Ook zijn de overheidsvaartuigen niet meer uitgesloten van toepassing
van de richtlijn. Veerponten en militaire vaartuigen blijven wel nog
uitgesloten. Wat de juiste gevolgen zijn voor uw vaartuig dient te worden
opgemaakt uit de uitvoerige technische regels en tabellen met
overgangsmaatregelen afhankelijk van type en bouwjaar. Algemeen kan wel het
volgende worden gezegd:
Nieuw gebouwde vaartuigen
Vaartuigen, gebouwd vanaf 30 december 2008, moeten
volledig aan regels van het nieuwe koninklijk besluit voldoen.
Vaartuigen die voor het eerst onder de regels vallen
Een aantal types van vaartuigen valt voor het eerste
onder de regels van deze technische richtlijn. Het gaat hier over de
passagiersschepen, de drijvende werktuigen, vaartuigen van de overheid en ook
alle vaartuigen met een romplengte van 20 m en meer (pleziervaartuigen,
pontons, …).
Aangezien het onmogelijk is om al deze vaartuigen in één
keer van een certificaat te voorzien wordt er een tijdschema op basis van het
bouwjaar toegepast. Vervalt echter de meetbrief dan moet het vaartuig
onmiddellijk voldoen aan de nieuwe regels (rekening houdend met de toepasselijke
overgangsbepalingen).
Wanneer u op basis van het bouwjaar tot een
bepaalde groep behoort die voor het eerst een certificaat moet hebben, wacht dan
niet tot de einddatum om u in regel te stellen. Houd er rekening mee dat er een
onderzoek in verband met de algemene constructie moet gebeuren (waarbij een
onderzoek op het droge) door een erkend classificatiebureau en daarna een
schouwing door de Commissie voor Onderzoek. Opmerkingen van deze onderzoeken
kunnen er toe leiden dat bijkomende werkzaamheden moeten worden uitgevoerd voor
een certificaat kan worden afgegeven.
Overgangsmaatregelen
Omdat deze bestaande vaartuigen onmogelijk onmiddellijk aan alle eisen van
deze richtlijn kunnen voldoen, zijn er overgangsmaatregelen uitgewerkt waarbij
afhankelijk van het type en het bouwjaar er slechts vanaf een bepaalde datum in
de toekomst aan deze regels moet worden voldaan. Bij vernieuwing van sommige
onderdelen zijn de nieuwe regels onmiddellijk van toepassing op deze
onderdelen.
Indien een bestaand vaartuig wordt omgebouwd naar een “hogere standaard” dan
moeten de betrokken gedeelten en de daarbij horende uitrusting als nieuw worden
beschouwd. Indien men dus een bestaand vrachtschip ombouwt naar een
passagiersschip, zal het gedeelte dat betrekking heeft op de passagiers alsook
de bij een passagiersvaartuig horende uitrusting aan de nieuwe regels moeten
voldoen zonder overgangsmaatregelen. Bouwt men een bestaand vaartuig echter om
naar een “lagere standaard”, bv een pleziervaartuig dan wordt het als een
bestaand schip beschouwd en kan het genieten van alle overgangsmaatregelen.
Al deze overgangsmaatregelen zijn vervat in verschillende tabellen in
hoofdstuk 24a en voor de passagiersschepen in het deel van hoofdstuk 24 dat
betrekking heeft op passagiersschepen. Elk geval dient afzonderlijk en
nauwlettend te worden bekeken.
Uniek Europees scheepsidentificatienummer
Ten slotte krijgen al deze vaartuigen ook een Uniek
Europees scheepsidentificatienummer dat op het schip moet worden aangebracht. De
procedure hiervoor is gratis.
Bijkomende inlichtingen
Voor bijkomende informatie kan men steeds terecht bij de
Commissie voor Onderzoek. Zo mogelijk per e-mail (epic@mobilit.fgov.be) of per fax (+32(0)3
229 00 49). Houd er wel rekening mee dat, gezien de complexe materie, het niet
altijd mogelijk zal zijn onmiddellijk te antwoorden en dit voornamelijk bij
telefonische oproepen.
|